In het cultuurbeleid en in de kunstwereld wordt onderscheid gemaakt tussen amateurkunst en professionele kunst. Amateurkunst is kunstbeoefening uit liefhebberij, dus niet beroepshalve en niet op school, maar in de vrije tijd.
Amateur en kwaliteit
De status van professional of amateur hangt niet af van iemands kwaliteit en opleiding, maar van het feit of het de primaire inkomensbron is.
Binnen de amateurkunst lopen niveau en vorm enorm uiteen, van de hobbyist die voor zichzelf bezig is tot de semi-prof die als lid van een groep regelmatig optreedt. Amateurkunstenaars kunnen door talent en scholing een niveau bereiken dat niet onderdoet voor dat van een beroepskunstenaar.
Meestal is er sprake van een mix van motivaties, maar per discipline zijn er verschillende accenten. Dansers en musici zijn vaker 'lekker bezig', schrijvers leggen meer nadruk op het uitdrukken van wat hen bezighoudt. Fotografen en beeldende amateurkunstenaars willen vaak iets moois maken.
Aantal amateurs
Bijna de helft van de bevolking, rond de 7,5 miljoen mensen, is actief als kunstbeoefenaar in de vrije tijd. Dit percentage is redelijk stabiel over de jaren heen. Beeldende disciplines en muziek (zingen of een instrument bespelen) voeren de boventoon. De deelname aan de verschillende disciplines verandert weinig.
Meer informatie: zie cultuurbeoefenaars
Amateurkunst 2.0
De grootste verandering in de afgelopen jaren was de groei in het aantal kunstbeoefenaars op het gebied van nieuwe media. Het aandeel daarvan is sinds 1995 verdubbeld van 7 naar 14 procent in 2007. Als de creatieve toepassingen met nieuwe media wat ruimer tot kunstbeoefening worden gerekend, dan is het aantal beoefenaars nog veel groter. Voorbeelden zijn het filmen en fotograferen met mobieltjes en het publiceren hiervan via internetomgevingen (Youtube, Flickr), blogging en andere sociale netwerken, pod- en vodcasts, gaming, enzovoorts.
Het is waarschijnlijk dat de komende decennia de digitale media als productie- en communicatiemiddel grote invloed zullen hebben op de kunstbeoefening in de vrije tijd.
Hoe cultuurbeleid en culturele instellingen in kunnen spelen op deze 'amateurkunst 2.0' is een interessant en actueel vraagstuk.
Meer informatie
Van den Broek e.a., Onderzoek kunstbeoefening in de vrije tijd, SCP 2010 in 3 publicaties, o.m. met een Toekomstverkenning
Amateurkunst - feiten en trends / De amateurkunstenaar laat zich zien (Monitor Amateurkunst 2010), Kunstfactor 2011
Commentaar of aanvullingen op deze pagina?
ZIE ONDERSTEUNINGS
STRUCTUUR; KLIK OP HET KAARTJE PER PROVINCIE_