De markt van aanbieders
Als aan cursisten gevraagd wordt waar ze les volgen, blijkt dat particuliere instellingen en docenten het grootste deel, nl. 40% van de lessen in kunstbeoefening verzorgen. Centra voor de kunsten nemen 19% voor hun rekening en verenigingen 14%. De andere aanbieders bedienen elk slechts een gering deel van de markt. Deze verhoudingen gelden globaal ook per afzonderlijke discipline.
Particuliere markt
Door o.a. de bovengenoemde gegevens is de dominantie van de particuliere sector onmiskenbaar, maar het daadwerkelijk aantal particuliere instellingen en docenten op het gebied van kunsteducatie is onbekend. Naar inschatting zijn het vooral
muziek- en dansscholen en individuele docenten die aan huis lesgeven. Daarnaast
zijn er in toenemende mate kunstenaarscollectieven en kleine projectbureaus met een gespecialiseerd aanbod in kunsteducatie.
Tot de particuliere instellingen behoort ook een aantal gespecialiseerde opleidingen voor de top van amateurs in de verschillende kunstdisciplines: bijvoorbeeld de Wackers Academie voor beeldende kunst, diverse fotovakscholen, musicalacademies enzovoorts.
Centra voor de Kunsten
De groep van rond de 200 centra voor de kunsten is gespecialiseerd in kunsteducatie voor de vrijetijdsmarkt (en is vaak ook voor het onderwijs actief). Het cursusaanbod wordt door de gemeente meestal alleen gesubsidieerd voor specifieke doelgroepen: de jeugd en mensen met een laag inkomen.
Muziek is verreweg de belangrijkste discipline: het betreft bijna 60% van de inschrijvingen. Beeldend en dans volgen met 16 en 12 %.
In het kader van het onderzoek naar kunstbeoefening in de vrije tijd van het SCP (zie onder) zijn door Cultuurnetwerk veel gegevens verzameld over het aanbod van de centra voor de kunsten .
Meer over ontwikkelingen bij centra voor de kunsten
Verenigingen en clubs
Verenigingen en clubs zijn met 14% de derde aanbieder qua marktaandeel. Met name in de muziekverenigingen worden uitgebreide scholingsmogelijkheden aangeboden. Waarschijnlijk zijn er ook vaak gastlessen, trainingen of workshops.
Kleinere aanbieders
Naast de drie
bovengenoemde partijen is er een aantal groepen aanbieders met een klein aandeel van de markt.
Internet en zelforganisatie
Kunstbeoefenenaars stellen zich steeds minder afhankelijk op van het aanbod maar zoeken naar vormen van ondersteuning en educatie die hun het beste uitkomen. Ze vormen bijvoorbeeld een informeel verband om samen iets te ondernemen,
of zoeken contact en uitwisseling via internet: forums, webportals, social media-groepen etcetera.
De voorgaande tekst is grotendeels gebaseerd op :
Mogelijkheden tot kunstbeoefening in de vrije tijd, SCP 2010
Andere bronnen:
Amateurkunst – de feiten: Monitor Amateurkunst in Nederland 2009, Kunstfactor 2010
AK OK! Amateurkunst in cijfers, Kunstfactor, 2007
Commentaar of aanvullingen op deze pagina?