Er zijn in Nederland ongeveer 200 centra voor de kunsten: muziekscholen, creativiteitscentra en (vooral) gecombineerde instellingen. Centra voor de kunsten worden over het algemeen gesubsidieerd door de gemeente of een groep van gemeenten. Dit onderscheidt hen van de meeste andere aanbieders van kunsteducatie.
Meer informatie over kerngegevens en aanbod
Taken
Centra voor de kunsten bieden cursussen en lessen voor het algemene publiek (amateurkunstenaars) in van de kunsten. Daarnaast ontwikkelen ze culturele activiteiten en kunstprojecten voor het onderwijs. Ook bieden de meeste centra een podium voor professionele en/of amateurkunst. Er worden bijvoorbeeld voorstellingen en concerten georganiseerd, er is een expositieruimte voor beeldende kunst en/of een filmzaal.
Kunstconnectie
Op landelijk niveau worden de belangen van de centra voor de kunsten behartigd door Kunstconnectie, de brancheorganisatie van instellingen voor kunsteducatie en -participatie.
Kunstconnectie
Beleid
Het overheidsbeleid is gericht op het vergroten van de publieksdeelname aan kunst en cultuur. Met dat doel heeft het ministerie van OCW vanaf eind jaren '90 beleid ontwikkeld om samen met provincies en gemeenten cultuureducatie in het onderwijs te stimuleren. Voor centra voor de kunsten is dit een extra stimulans geweest om zich naast de vrijetijdssector meer op het onderwijs te gaan richten.
Eigen inkomsten
De gemeentelijke subsidiering voor de centra voor de kunsten neemt de laatste jaren af. Veel gemeenten beschouwen vrijetijdskunsteducatie niet langer als een te subsidiëren kernactiviteit. Kunstencentra moeten steeds meer eigen inkomsten verwerven. Bijvoorbeeld door de tarieven te verhogen en hun expertise en accommodaties meer te exploiteren.
Maatschappelijke rol
Gemeenten verwachten van centra voor de kunsten niet alleen dat ze inspelen op de markt, maar ook dat zij een maatschappelijke rol vervullen. De nadruk ligt daarbij op (de bevordering van) sociale cohesie en een zo breed mogelijk publiek bereiken. Een laagdrempelige voorziening voor achterstandsgroepen is voor veel gemeenten wel een subsidiabele doelstelling.
Ook het betrekken van jeugd bij cultuur heeft speciale aandacht van de overheid. De meeste centra bieden met overheidssteun daarom kortingen voor jongeren en mensen in een achterstandsituatie.
Veel centra hebben ook de taak om ondersteuning te bieden aan het verenigingsleven van amateurkunstbeoefenaars, zoals koren, harmonie-, fanfare-, dans- en theatergezelschappen.
Amateurkunstbeleid OK – een handreiking voor gemeenten
Ontwikkelingen
Kritische consumenten
Centra voor de kunsten worden geconfronteerd met veranderingen in het consumentengedrag. Een kritische klanthouding zal zich naar verwachting in de toekomst doorzetten. Men heeft beperkt tijd, het aanbod moet dus goed en concurrerend zijn.
Kort, snel en veelvormig
In plaats van educatie via traditionele overdrachtsvormen verlangen jongeren – en ook steeds meer volwassenen – kortdurende cursussen die snel leiden tot een resultaat, zoals een presentatie. Vooral centra met een goede podiumfunctie kunnen hier op inspelen. Naast de duur en vorm van het aanbod zullen centra ook sneller moeten inspelen op veranderende kunstvormen. De klassieke disciplines vervagen, nieuwe vormen wisselen elkaar af.
Amateurkunstenaars zijn niet afhankelijk van instituten, maar vullen desnoods of bij voorkeur zelf
hun behoeften in naar eigen wens en in informele verbanden.
Verdieping
Tegelijkertijd is er een herwaardering van het ambachtelijke en de wens tot verdieping. Met name 55-plussers vragen naar cursussen waarbij het aanleren van ambachtelijke vaardigheden in de verschillende kunstdisciplines voorop staat. En gevorderde amateurs zouden bij uitstek bij de kunstenaars/docenten van de centra terecht moeten kunnen voor hun verdere artistieke ontwikkeling.
Kunsteducatie 2.0?
Ven den Broek (2010) vat zijn visie op toekomstige ontwikkelingen samen onder de noemer kunstbeoefening 2.0. Naast ontwikkelingen zoals hierboven geschetst, is de invloed van nieuwe media fundamenteel. Over e-culture is het nodige bekend. De communicatie en zelforganisatie via digitale media, forums, sociale netwerksites maakt de beoefenaars onafhankelijker van verenigingen of cursussen. Ook is internet een laagdrempelig, direct en interactief presentatiepodium. De nieuwe media vernieuwen artistieke vormen en techniek op een fundamentele manier. Kunsteducatie zal hier op moeten inspelen.
Nieuw aanbod
De meeste kunstencentra zetten op meerder sporen in. Om voldoende ontwikkelcapaciteit te creëren ondanks de afnemende ondersteuning van de overheid hebben centra in de afgelopen jaren veelal gekozen voor fusies en schaalvergroting.
Hoe verder met de centra?
De leden van Kunstconnectie voeren discussie over mogelijke ontwikkelrichtingen voor centra voor de kunsten: zie o.m.
- Debat Toekomstscenario's kunsteducatie 2030
- Kunstconnected Special april 2009: visies op de toekomst
- Samen of solo? Rapport over samenwerking tussen gesubsidieerde en particuliere aanbieders van kunsteducatie 2006/8
- Verbeelding brengt ons overal, Kunstconnectie, 2004
Toekomstverkenningen Cultuurnetwerk en SCP
Cultuurnetwerk Nederland ontwikkelde vier scenario’s voor de toekomst van de amateurkunst. Daarin worden ook de toekomstmogelijkheden van centra voor de kunsten geschetst.
Amateurkunst in de toekomst, Cultuurnetwerk Nederland, 2007
Andries van den Broek van het Sociaal en Cultureel Planbureau schreef recentelijk een essay waarin hij de toekomstige kunstbeoefening tracht te karakteriseren.
A. van den Broek, Toekomstverkenning kunstbeoefening, SCP 2010
Commentaar of aanvullingen op deze pagina?