ACTIEVE CULTUURDEELNAME:
KUNSTBEOEFENAARS IN DE VRIJE TIJD


Wie doen er aan kunstbeoefening?
Circa de helft van de bevolking, ongeveer 7,5 miljoen mensen, beoefent in de vrije tijd een kunstdiscipline. Dat aandeel is al vele jaren vrij stabiel. Meer dan een kwart van de bevolking doet wekelijks aan kunstbeoefening.  Meer vrouwen, jongeren, hoger opgeleiden en autochtonen beoefenen een kunstvorm dan mannen, ouderen, lager opgeleiden en Turken en Marokkanen. Ook die verdeling veranderde in de afgelopen decennia weinig.
Van degenen die niets aan kunstbeoefening doen, deed de helft dat vroeger wel. Dus slechts een kwart van de bevolking doet én deed niets aan kunstbeoefening.

Wat doet men aan kunstbeoefening?
Het aantal kunstbeoefenaars loopt per discipline nogal uiteen. Muziek en beeldende kunst tellen de meeste beoefenaars.
Over de jaren heen zijn geen grote veranderingen te zien, met uitzondering van nieuwe media, waarvan het percentage deelnemers verdubbelde  tussen 1995 en 2003.

Kunstbeoefenaars, percentage van de bevolking van 6 jaar e.o.

 

1995

1999

2003

2007

kunstbeoefening totaal 38,5 42,4 45,9 44,1
muziek 20 24 21 21

- zingen

13

18

12

13

- muziekinstrument

13

16

13

13

beeldende kunst 23 26 25 23

- schilderen, tekenen, grafisch werk

17

21

15

15

- beeldhouwen, boetseren, pottenbakken

5

7

5

6

- wandkleden, weven

8

10

12

9

toneelspelen, mime, ballet, volksdans

5

8

5

4

nieuwe media 7 10 15 14

- fotograferen. filmen (geen kiekjes)

7

10

10

10

- grafisch ontwerpen op pc

-

-

7

7

Wanneer? Kunstbeoefening en tijd
Over de levensloop bezien is het percentage beoefenaars bij kinderen het hoogste en neemt daarna geleidelijk af tot 40% bij volwassenen. Maar een groeiend aantal mensen beoefent op latere leeftijd een kunstdiscipline. Bijna een derde van de beoefenaars is 55+.
Sinds 1985 is er een groeiende concurrentie in de vrijetijdbesteding. Toch besteden druk bezette mensen niet minder tijd aan kunstbeoefening dan mensen met meer vrije tijd.
Kunstbeoefening neemt af gedurende de schoolvakanties ook al is het vrijetijdbesteding, deels te verklaren omdat ook de buitenschoolse instellingen hun deuren dan meestal sluiten.
De spreiding over de weekdagen is vrijwel gelijk, maar de doordeweekse avonden zijn wel het populairst.

Hoe?
Bijna driekwart van de kunstbeoefenaars (van 16 jaar en ouder) is eens per maand of vaker kunstzinnig actief, ruim de helft zelfs eens per week of vaker. Vooral zang, muziek en dans worden intensief beoefend.
Ruim 40% van de kunstbeoefenaars treedt wel eens met zijn of haar kunstzinnige hobby naar buiten, met een optreden, expositie, vertoning of publicatie. Dat is vooral het geval bij theater en zang, op enige afstand gevolg door muziek en fotografie/film. Uploaden op internet doet 16% van de kunstbeoefenaars.
Kunstbeoefenaars schatten de totale jaarlijkse uitgaven aan hun liefhebberij(en) op 372 euro. Beeldende kunst is de duurste hobby (materiaalkosten), gevolgd door een instrument bespelen (met als grootste posten lidmaatschaps- en lesgeld).

Waar? Lessen en verenigingen
Ruim één derde van de kunstbeoefenaars volgt les (2,5 miljoen mensen), ruim een kwart van de kunstbeoefenaars (bijna 2 miljoen mensen) is lid van een vereniging, club of gezelschap. De meeste kunstbeoefenaars volgen dus geen les en zijn geen lid van een club.
Bij de kunstbeoefenaars die les volgen heeft het particuliere circuit met 40% royaal het grootste marktaandeel (bevolking 16 jaar en ouder). Dat is tweemaal zoveel dan de centra voor de kunsten (19%), en driemaal groter dan het aandeel van verenigingen (14%). De andere aanbieders nebben elk slechts een gering marktaandeel (zie tabel aanbieders kunsteducatie).
30% van de ongeorganiseerde beoefenaars was vroeger wel lid van een vereniging of club. Bij de kunstbeoefenaars in enige vorm van georganiseerd verband, zijn informele groepjes het meest in zwang, gevolgd door verenigingen en koren.
Men heeft geen sterke voorkeuren betreffende de verschillende soorten organisatievormen en lesinstellingen: de keuze tussen bijv. vereniging of informele club, particulier of centrum is nogal arbitrair.
Wat de toekomst betreft, is men veel vaker van plan les te gaan nemen, dan zich aan te gaan sluiten bij een vereniging of club.

Waarom beoefent men kunst?
Men doet aan kunstbeoefening vanwege een mengeling van extrensieke (ontspanning, gezelligheid) en intrinsieke (iets moois maken) motieven. Men noemt vooral iets moois maken, ontspanning en gezelligheid, op enige afstand gevolgd door zich kunnen uiten, zich bekwamen en er mee naar buiten treden. De wens ooit beroepsmatig aan kunstbeoefening te doen is het minst belangrijk.
Er is niet één aanleiding die het duwtje gegeven heeft om aan kunstbeoefening te gaan doen. Vooral bij muziek en schrijven telt het inspirerende voorbeeld van een kunstenaar. Maar ook de sociale omgeving is van groot belang. Vrienden en ouders zijn voor de helft van de beoefenaars de aanleiding voor hun hobby. School is niet zo vaak een directe aanleiding.
Bij het volgen van lessen is een betere beheersing van de discipline het belangrijkste motief, dan komt de mogelijkheid met die discipline bezig zijn.

Welke achtergrond hebben kunstbeoefenaars?

Het inkomen speelt nauwelijks een rol in de mate van kunstbeoefening in de vrije tijd. Wel is er een gemeenschappelijke samenhang met het opleidingsniveau: hoe hoger de opleiding, hoe meer kunstbeoefening (en hoe meer inkomen). Ook de sociale omgeving is van belang: heeft men ouders met een actief cultureel leven, dan is dat van grote invloed op de (latere) cultuurparticipatie. Kunstbeoefenaars hebben vaker een vriendenkring die ook cultureel actief is. Kunstbeoefenaars bezoeken ook vaker culturele evenementen. Er is bovendien samenhang tussen de discipline die men zelf beoefent en die men bezoekt. Maar of kunstbezoek kunstbeoefening stimuleert of andersom, is niet te achterhalen.

Stimuleert kunstbeoefening sociale cohesie?
Het is lastig om te meten en aan te tonen dat deelname aan kunst en cultuur gunstig is voor de sociale cohesie.
Kunstbeoefenaars hebben wel meer vertrouwen in andere mensen, en meer contacten met andere etnische groepen.

Bronnen
De voorgaande tekst is grotendeels ontleend aan :
Andries van den Broek, FAQs over kunstbeoefening in de vrije tijd, SCP 2010. Hier wordt o.m. gebruik gemaakt van de gegevens van het AVO, een vierjaarlijks bevolkingsonderzoek onder 15.000 personen.

Meer lezen:

 

Commentaar of aanvullingen op deze pagina?

MEER OVER CULTUUR-
BEZOEKERS

GA NAAR CULTUURBEZOEKERS_