cultuurBEZOEKERS

Sinds 1979 brengt het Sociaal en Cultureel Planbureau de ontwikkelingen in de cultuurdeelname van Nederlanders in kaart. Hieronder wordt nader ingegaan op de conclusies over cultuurbezoek aan de hand van de laatste gegevens, uit 2007, aangevuld met gegevens uit ander onderzoek.

Nederlanders zijn cultuurminnaars
In vergelijking met andere Europese landen hebben Nederlanders een grote belangstelling voor erfgoed en kunst. Ongeveer veertig procent van de bevolking bezoekt een of meerdere keren per jaar een kunstinstelling (kunstmuseum, galerie, toneel, dans en klassieke muziek). Ook de erfgoedinstellingen worden meer dan elders bezocht en zitten in de lift. Het bezoek van de musea is gestegen van 35 naar 41% tussen 1995 en 2007 en de archieven stegen van 2,9 naar 4,3%..

Cultuurconsument is hoog opgeleid
Onder deze cultuurconsumenten zijn hoger opgeleiden oververtegenwoordigd. Dit geldt voor erfgoedinstellingen, voor klassieke kunst zowel als voor populaire kunst en cultuur.

Percentage mensen dat culturele instellingen bezoekt, naar opleidingsklasse
tabel opleidingsniveau
Uit: Factsheet cultuurdeelname: voor iedereen? / E-Quality. - Den Haag, 2007.

Meer vrouwen dan mannen
Bij alle kunstdisciplines zijn de bezoekers in meerderheid vrouwen in een verhouding van ongeveer 60-40%. Ook bij erfgoedinstellingen is dat zo, maar bij archieven zijn mannen in de meerderheid (genealogen zijn kennelijk vooral mannen).

Stedelingen consumeren meer cultuur
Het aanbod aan podia en musea is sterk geconcentreerd in de vier grote steden. Dit moedigt stedelingen aan tot consumeren en trekt veel bezoekers van buiten. Stadsbewoners, met name uit Amsterdam en omgeving, gaan meer naar musea en podia dan de rest van de bevolking. Scholieren profiteren ook van het royale aanbod in de grotere steden, vooral als het gaat om musea en toneel.

Allochtone Nederlanders blijven achter
Het bereik van de cultuurinstellingen is kleiner onder allochtone dan onder autochtone Nederlanders. Dat geldt met name voor Nederlanders afkomstig uit Turkije en Marokko. In Nederland woonachtige Surinamers, Arubanen en Antillianen worden ook slechter bereikt, maar in mindere mate.
De culturele achterstand onder allochtone Nederlanders hangt vooral samen met hun gemiddeld lagere opleidingsniveau. Ook lager opgeleide autochtonen participeren minder in de wereld van klassieke cultuur. Als men met dit gegeven rekening houdt, is de cultuurdeelname van jongeren met een allochtone en autochtone achtergrond vrijwel gelijk. ()

Jongeren keren zich niet af van de cultuur
Het imago van kunst en cultuur onder jongeren is niet best. Naar eigen zeggen hebben jongeren geen culturele belangstelling en zijn ze niet cultureel actief. Maar in werkelijkheid zijn jongeren juist uitermate cultureel actief, mits de cultuurdefinitie breder wordt gesteld dan de gevestigde cultuurvormen. Schilderijen, schouwburgen en klassieke muziek; daar hebben jongeren niets mee. Ze zijn echter volop bezig met muziek, zingen, kleding, tekenen, fotograferen en dansen. Ze willen graag naar de bioscoop, popconcerten, muziek- en dansfeesten, festivals, cabaret of stand-up comedy. Het is wel zaak om koppelingen te maken tussen populaire en gevestigde kunst en tussen cultuurbezoek en actieve cultuurvormen om de kloof te overbruggen. (Bron: Kunst & cultuur op de schop, Laurien Vogelaar, FSW Universiteit Utrecht 2005, i.o.v. CJP). De groei van cultuurdeelname bij de podiumkunsten is ook vooral te danken aan de jongeren, want de groei is gelegen popmuziek en cabaret.

Hoe is de cultuurdeelname in Vlaanderen?
participatie Vlaanderen 2007
Bron: Vlaanderen in Cijfers 2007, Studiedienst van de Vlaamse regering

Meer informatie over data cultuurdeelname:

 

Commentaar of aanvullingen op deze pagina?

AMATEUR-
KUNSTE-
NAARS

GA NAAR CULTUUR-
BEOEFENAARS_