Onderzoek naar de kwaliteit van cultuureducatie in het onderwijs vindt de laatste jaren maar mondjesmaat plaats. De inspectie van het onderwijs houdt geen toezicht op hoe (en of) scholen de kerndoelen voor cultuureducatie realiseren. Voor kunstzinnige oriëntatie, zoals het leer- en vormingsgebied sinds de laatste wijziging van de kerndoelen in 2006 heet, is sinds 1997 geen peilingsonderzoek meer gedaan.
Hieronder een overzicht van recent onderzoek naar de kwaliteit van cultuureducatie in Nederland. Per onderzoek wordt vermeld op welke wijze de onderzoekers kwaliteit hebben onderzocht en wat de belangrijkste bevindingen zijn.
Monitor cultuureducatie
Hollandse basisscholen
Netwerken en verbindingen
MONITOR CULTUUREDUCATIE
In de monitor cultuureducatie van de onderzoeksbureaus Oberon en Sardes is kwaliteit sinds 2009 een specifiek aandachtspunt. Daarvoor (vanaf 2006) werd vooral gemeten wat er gebeurde op het gebied van cultuureducatie in basis- en voortgezet onderwijs.
Indicatoren
De monitor beoordeelt de kwaliteit met de indicatoren visie, doorlopende leerlijn, inzet deskundige docenten en samenwerking van scholen en culturele instellingen. De onderzoekers concluderden dat de kwaliteit van cultuureducatie in de toekomst extra aandacht behoeft.
Zorgpunten
De onderzoekers maken zich zorgen over de rigoureuze afname van het aantal vakleerkrachten in het basisonderwijs. Een doorlopende leerlijn wordt nog te weinig gerealiseerd. Verder stagneert de samenwerking tussen scholen en culturele instellingen en wordt te weinig in netwerken samen aanbod ontwikkeld. Tot slot formuleren en evalueren maar weinig scholen doelen van cultuureducatie.
Kritiek
De Rotterdamse onderzoeker Ton Bevers uit in het Jaarboek Cultuurparticipatie 2010 kritiek op de cultuurmonitor. Hij is van mening dat de monitor door zijn beperkte doelstelling en opzet nauwelijks kans geeft om evaluatieve uitspraken te doen. Om bepaalde aspecten van het cultuuronderwijs geslaagd te noemen, moet je weten (en meten) wat de inhoud en de effecten zijn.
Meer informatie
Monitor cultuureducatie
HOLLANDSE BASISSCHOLEN
In het schooljaar 2009-2010 onderzocht Dirk Monsma, zelfstandig onderzoeker, de kwaliteit van kunsteducatie op twintig basisscholen. Hij vergeleek de uitkomsten van dit onderzoek met de kenmerken van goede kunsteducatie van Anne Bamford (zie onder).
Bevindingen
Basisscholen met kunstonderwijs in het curriculum, gegeven door een kunstdocent:
Stagnatie ontwikkeling kunstonderwijs
Het valt Monsma op dat kunsteducatie zelden wordt geëvalueerd op het artistieke resultaat. Door gebrek aan beoordeling van de leerlingen zelf en het ontbreken van evaluatie van het kunsteducatieve proces en resultaat stagneert de ontwikkeling van het kunstonderwijs op veel basisscholen, zo betoogt Monsma.
Advies
Monsma geeft advies aan het ministerie van OCW: 'snoei in de randvoorwaarden en laat de kunstdocent zaaien in de (on)ontgonnen inhoud van de kunsteducatie binnen het basisonderwijs. Verbind scholen die een zelfde inhoudelijke ontwikkeling nastreven en koppel die aan culturele instellingen, hoge scholen en universiteiten. Breng de kennis over kunsteducatie terug in het primair onderwijs en stel een inspecteur aan die daar op let.'
Meer informatie
Hollandse basisscholen
NETWERKEN EN VERBINDINGEN
In 2007 onderzocht Anne Bamford voor het ministerie van OCW de kwaliteit van kunst- en cultuureducatie in Nederland. Bamford is verbonden aan het Wimbledon College of Art van de University of the Arts in London.
Indicatoren
Bamford hanteerde een aantal indicatoren voor kwaliteit. Dit zijn onder andere:
Constateringen
Bamford constateert dat een systematisch proces voor het vaststellen van kwaliteit door scholen en culturele instellingen ontbreekt. Bovendien is er over de gehele linie een gebrek aan duidelijke doorlopende leerlijnen voor kunsteducatie of methoden voor het beoordelen van leerlingen.
Aanbevelingen
Bamford concludeert dat er aanzienlijke variaties zijn in aard, omvang en kwaliteit van kunst- en cultuureducatie. Een manier om de kwaliteit te verbeteren en te waarborgen is lokale cultuurinstanties hun belangrijke rol als tussenpersoon te laten behouden. Het ontwikkelen en toepassen van eenvoudige modellen voor het vaststellen van kwaliteit biedt ook mogelijkheden.
Kritiek
Het onderzoek van Bamford en vooral de wijze waarop ze dat heeft uitgevoerd, heeft nogal wat kritiek gekregen, evenals haar publicatie The Wow factor, naar cultuureducatie in 37 landen wereldwijd, in opdracht van UNESCO.
Enkele artikelen:
Meer informatie
Netwerken en verbindingen
Commentaar of aanvullingen op deze pagina?