GEMEENTE

Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om deelname aan kunst en cultuur voor alle burgers mogelijk te maken. De eigen beleidsruimte is daarin groot. De gemeenten bepalen zelf hoe groot de ambitie op cultureel gebied is.

Op het gebied van cultuureducatie hebben gemeenten de taak om de culturele infrastructuur van de gemeente te ondersteunen en cultuureducatieve activiteiten te subsidiëren.

De gemeenten zijn een belangrijke partner van het rijk bij de uitvoering van landelijk beleid, zoals Cultuur en School en het Fonds voor Cultuurparticipatie. Door de landelijke projecten is een sterke behoefte ontstaan aan cultuureducatievoorzieningen op lokaal niveau ter ondersteuning van het onderwijs. Voor de uitvoering van deze taken subsidiëren gemeenten onder meer de centra voor de kunsten.

Ringenmodel
Om gemeenten houvast te geven bij het formuleren van cultuurbeleid, is een zogenaamd ringenmodel ontwikkeld. Dit model deelt de culturele voorzieningen en het bijbehorend cultuurbeleid op in drie ringen, gerelateerd aan het inwonersaantal. Dit ringenmodel is verder uitgewerkt voor kunsteducatie:

  • Gemeenten met minder dan 30.000 inwoners formuleren een kernachtig cultuurbeleid. Zij hebben doorgaans een lespunt voor kunsteducatie. Ook verzorgen zij naschoolse basiscursussen en cultuureducatieve activiteiten voor het onderwijs. Kleine gemeenten hebben vaak geen eigen voorziening, maar organiseren lokaal aanbod in samenwerking met regionale culturele instellingen en andere gemeenten.

  • Middelgrote gemeenten met een bevolking van tussen de 30.000 en 90.000 inwoners voeren een uitgebreid cultuurbeleid. Vaak is er in deze gemeenten een centrum voor de kunsten met een breed lesaanbod, faciliteiten en naschoolse basiscursussen. Voor het binnenschoolse aanbod werken de centra samen met de provinciale instelling voor kunst en cultuur.

  • Grote gemeenten met meer dan 90.000 inwoners hebben een alomvattend cultuurbeleid met een rijk en gevarieerd aanbod in alle kunstdisciplines. Het aanbod wordt verzorgd vanuit een groot gecombineerd centrum voor de kunsten dat ook aanvullende voorzieningen en naschoolse cursussen biedt. In deze gemeenten zijn bovendien veel andere cultuureducatieaanbieders die educatieve activiteiten organiseren, zowel binnenschools als buitenschools.
Ringenmodel in schema

Lokale netwerken
In verschillende provincies is een nieuwe rolverdeling ontstaan tussen gemeenten, scholen, culturele voorzieningen, centra voor de kunsten en intermediairs als erfgoedhuizen en steunfunctie-instellingen. Die rolverdeling krijgt vorm in nieuw opgezette lokale netwerken voor kunst- en cultuureducatie.

De provincie Noord-Brabant heeft zogenaamde ‘marktplaatsen’. De marktplaats is het lokale of regionale loket voor onderwijs en cultuuraanbieders. Scholen kunnen er met al hun vragen terecht en aanbieders vinden er een podium voor hun producten. De coördinator van de marktplaats inventariseert vraag en aanbod in een gemeente en stemt die op elkaar af.

Limburg heeft een vergelijkbaar netwerk: Cultuurpad. In Zuid-Holland zijn Platformen voor Cultuureducatie (PCE’s) opgericht. In de PCE’s zitten vertegenwoordigers van scholen, culturele instellingen en gemeenten.
Marktplaats op Cultuurplein
Cultuurpad op Cultuurplein
PCE’s op Cultuurplein

 

Commentaar of aanvullingen op deze pagina?

BEZUINI-
GINGEN

VOLG DE ONTWIKKELINGEN_

CONTACT-
AMBTENA-ren

VAN PROVINCIES EN GEMEENTEN_