Cultuurbeleid
Rijk
Provincie
Gemeente
CULTUURBELEID
De overheid voert cultuurbeleid op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau. De overheden voeren elk een autonoom beleid, dat door onderlinge samenwerking en afspraken op elkaar wordt afgestemd. Welk beleid voeren de overheden op het gebied van cultuureducatie?
Hoofdlijnen en subsidies
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) bepaalt de hoofdlijnen van het cultuurbeleid. Daarnaast verdeelt de minister, samen met de landelijke cultuurfondsen, de subsidies voor cultuurinstellingen.
De Raad voor Cultuur adviseert de regering over algemeen beleid en regelgeving en over concrete beslissingen zoals de vierjaarlijkse subsidies.
Cultuur bij OCW
Cultuursubsidie.nl
Raad voor Cultuur
Taakverdeling
De landelijke, provinciale en lokale overheden hebben verschillende verantwoordelijkheden in het cultuurbeleid. De taakverdeling tussen de drie overheden is vastgelegd op basis van de Wet op het specifiek cultuurbeleid (1993). Voor het cultuureducatiebeleid is die verdeling als volgt:
Cultuurconvenanten
Rijk, provincies en gemeenten werken nauw samen. Sinds 1997 sluit het Rijk vierjarige overeenkomsten of cultuurconvenanten af met de landsdelen Noord, Oost, Midden, West en Zuid, waarin alle provincies en dertig grotere steden zijn vertegenwoordigd. Met Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag sluit het Rijk aparte overeenkomsten.
In deze cultuurconvenanten worden afspraken gemaakt over culturele aangelegenheden en over subsidies die in betreffende landsdelen of steden worden verstrekt aan instellingen. Provincies en gemeenten kunnen – bij voorkeur per convenantgebied – een cultureel profiel opstellen van de stand van zaken en de ambities voor de komende periode. In het Algemeen Kader Cultuurconvenanten zijn de uitgangspunten en randvoorwaarden voor het afsluiten van cultuurconvenanten vastgelegd.
Algemeen Kader Cultuurconvenanten [PDF]
RIJK
Sinds 1996 is cultuureducatie een belangrijk onderdeel van het landelijke cultuurbeleid. De hereniging van Cultuur en Onderwijs op één ministerie in 1994, bracht de departementen ook beleidsmatig samen. Met het project Cultuur en School (1997) kreeg cultuureducatie een vaste plaats in het rijksbeleid.
Het belang van cultuureducatie
Volgens de landelijke overheid is cultuureducatie essentieel voor de ontwikkeling van jongeren. ‘Zij brengt jongeren in contact met onderliggende waarden in de samenleving, historische lijnen en leert ze om kunst te waarderen en te beoordelen’, aldus het regeerakkoord van het huidige kabinet.
In de notitie Kunst van leven, hoofdlijnen cultuurbeleid (2007) van de minister van OCW, Ronald Plasterk, speelt cultuureducatie een belangrijke rol. Met name in de beleidsplannen voor cultuurparticipatie en talentontwikkeling. Cultuur en School behoudt na 2008 haar prominente plaats en voor cultuureducatie en amateurkunst is het Fonds voor Cultuurparticipatie opgericht.
Regeerakkoord, p. 38
Kunst van leven
Landelijke projecten
Het rijk stimuleert cultuureducatie met verschillende landelijke initiatieven, zoals Cultuur en School, Actieplan Cultuurbereik (beëindigd in 2008) en het Fonds voor Cultuurparticipatie. Het doel van Cultuur en School is om leerlingen van jongs af aan vertrouwd te maken met cultuur. Actieplan Cultuurbereik was erop gericht om de cultuurdeelname van alle burgers te vergroten. In 2009 heeft het Fonds voor Cultuurparticipatie de rol van het Actieplan overgenomen. Bij alle projecten werkt het rijk samen met de provincies en de grote gemeenten.
Cultuur en School
Actieplan Cultuurbereik
Fonds voor Cultuurparticipatie
PROVINCIE
Naast de landelijke afspraken, zoals vastgelegd in de cultuurconvenanten, voeren de provincies een eigen cultuurbeleid. Dit wordt per provincie vastgelegd in een cultuurnota. Deze nota’s bevatten beleidslijnen voor een periode van vier jaar. Grotere steden ontwikkelen meestal hun eigen cultuurbeleid en kunnen partner van de provincie zijn. Kleinere gemeenten zijn eerder doelgroep van het provinciale beleid.
Het cultuureducatiebeleid is hoofdzakelijk gericht op ondersteuning van de regionale culturele infrastructuur. De provincies begeleiden en subsidiëren de provinciale instellingen voor kunst en cultuur.
Cultuureducatie speerpunt
In de meeste plannen voor 2005-2008 was cultuureducatie één van de speerpunten van het beleid. Provincies beschouwen cultuureducatie als een belangrijk instrument om kunst en cultuur toegankelijk te maken voor een brede laag van de bevolking. Ook levert cultuureducatie een bijdrage aan sociaal beleid, zoals het bevorderen van volwaardige deelname aan de samenleving.
Jongeren vormen een belangrijke doelgroep voor het provinciale beleid. De provincies zetten zich in om de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en culturele instellingen te versterken. Cultuureducatie moet zowel binnenschools als buitenschools een sterke en structurele positie verwerven.
Provinciaal cultuurbeleid 2005-2008, Cultuurnetwerk, 2006
Actuele provinciale cultuurnota's 2009-2012
| Friesland | Noord-Holland |
| Groningen | Zuid-Holland |
| Drenthe | Utrecht |
| Overijssel | Noord-Brabant |
| Flevoland | Limburg |
| Gelderland | Zeeland / notitie cultuureducatie |
GEMEENTE
Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om deelname aan kunst en cultuur voor alle burgers mogelijk te maken. De eigen beleidsruimte is daarin groot. De gemeenten bepalen zelf hoe groot de ambitie op cultureel gebied is.
Op het gebied van cultuureducatie hebben gemeenten de taak om de culturele infrastructuur van de gemeente te ondersteunen en cultuureducatieve activiteiten te subsidiëren.
De gemeenten zijn een belangrijke partner van het Rijk bij de uitvoering van de landelijke projecten Actieplan Cultuurbereik en Cultuur en School en het toekomstige Fonds voor Cultuurparticipatie. Door de landelijke projecten is een sterke behoefte ontstaan aan cultuureducatievoorzieningen op lokaal niveau ter ondersteuning van het onderwijs. Voor de uitvoering van deze taken subsidiëren gemeenten onder meer de centra voor de kunsten.
Ringenmodel
Om gemeenten houvast te geven bij het formuleren van cultuurbeleid, is een zogenaamd ringenmodel ontwikkeld. Dit model deelt de culturele voorzieningen en het bijbehorend cultuurbeleid op in drie ringen, gerelateerd aan het inwonersaantal. Dit ringenmodel is verder uitgewerkt voor kunsteducatie:
Lokale netwerken
In verschillende provincies is een nieuwe rolverdeling ontstaan tussen gemeenten, scholen, culturele voorzieningen, centra voor de kunsten en intermediairs als erfgoedhuizen en steunfunctie-instellingen. Die rolverdeling krijgt vorm in nieuw opgezette lokale netwerken voor kunst- en cultuureducatie.
De provincie Noord-Brabant heeft zogenaamde ‘marktplaatsen’. De marktplaats is het lokale of regionale loket voor onderwijs en cultuuraanbieders. Scholen kunnen er met al hun vragen terecht en aanbieders vinden er een podium voor hun producten. De coördinator van de marktplaats inventariseert vraag en aanbod in een gemeente en stemt die op elkaar af.
Limburg heeft een vergelijkbaar netwerk: Cultuurpad. In Zuid-Holland zijn Platformen voor Cultuureducatie (PCE’s) opgericht. In de PCE’s zitten vertegenwoordigers van scholen, culturele instellingen en gemeenten.
Marktplaats op Cultuurplein
Cultuurpad op Cultuurplein
PCE’s op Cultuurplein
Commentaar of aanvullingen op deze pagina?