de tien gulden regels voor succesvol samenwerken

1. Formuleer je eigen doelen
Samenwerken moet je willen, durven en doen, ook als het wordt afgedwongen. Of je fuseert, in een netwerk functioneert of gezamenlijk projecten doet, vertrek vanuit je eigen visie. Laat je niet zomaar meeslepen door een ‘leuk idee’ van een ander. Sta lang stil bij de vraag wat je zelf wilt bereiken, of samenwerking gewenst is en met wie. Wees extern gericht.

2. Wederzijds profijt is essentieel
(H)echte samenwerking stoelt op ambities van twee of meer partijen die daar ieder voor zich eigen voordeel in zien. De kunst is – naast oog te hebben voor het eigen en voor het gemeenschappelijke belang – te ontdekken waarom een ander iets met jou wil. Maak de win-win situatie expliciet en toets vooronderstellingen/verwachte resultaten vooraf op hun haalbaarheid.

3. Creëer breed draagvlak
Zorg dat subsidiegevers, besturen en medewerkers overtuigd raken van de voordelen van samenwerking. Hun steun is hard nodig. Zij kunnen je ambities gemakkelijk blokkeren. Werk daarom permanent aan draagvlak bij hen over de motieven van de krachtenbundeling, de manier van samenwerken en de structuur waarin dit gebeurt. Wees alert op mogelijke weerstand en neem die zoveel mogelijk weg alvorens te beginnen.

4. Zelfkennis is onontbeerlijk
Weet wat je kunt inbrengen aan kwaliteit en capaciteit, aan producten en diensten, aan netwerk en financiën. Overschat noch onderschat dat. Het Calimero-effect werkt contraproductief. Zelfkennis is nodig voor het zicht op eigen koers, maar ook ter voorkoming van allerlei beelden over elkaar die soms anders uitpakken dan in aanvang werd gedacht. Respecteer de organisatiecultuur van de ander.

5. Een goed begin is het halve werk
Neem de tijd om onderling alles goed te regelen. Stel een praktische overeenkomst op waarin ook afspraken staan over de inzet van middelen (mensen en geld) en de procedures. Bewaak de condities. Als er niet helder wordt gecommuniceerd over wat men met de samenwerking nastreeft of als er verborgen agenda’s zijn, kan elke partij op elk moment de samenwerking op losse schroeven zetten.

6. Doe wat je zegt
Wees een door en door betrouwbare samenwerkingspartner en neem de ander serieus. Kom je afspraken altijd na. Wanneer partijen onvoldoende respect hebben voor elkaars positie, functie of product, wanneer vrijblijvendheid hoogtij viert, komt de samenwerking niet van de grond.

7. Wees transparant
Zeg wat je doet en laat zien wat de samenwerking oplevert. Communiceer open en regelmatig over de stand van zaken met je personeel, je klanten, je bestuur en de subsidiënten. Wees ontvankelijk voor kritiek en doe er wat mee.

8. Maak van je hart geen moordkuil
Evalueer regelmatig. Trek tijdig aan de bel als er iets dreigt mis te gaan, ook wanneer jezelf de oorzaak daarvan bent. Maak onderscheid tussen inhoud, proces, procedures en cultuur. In een veilige en constructieve sfeer zijn fouten goed bespreekbaar.

9. Geld alleen maakt niet gelukkig
Samenwerken is vooral veel geven; krijgen komt later wel. Extra subsidie is prettig, maar geen hoofddoel. Respecteer de inbreng van je partner ongeacht verschillen in ‘volume’ of aard van de inbreng. Afrekenen gebeurt op zakelijke basis.

10. Neem de tijd die nodig is
Loop niet te hard van stapel, maar houd het tempo erin. Geef samen werken een kans. Equipeer je personeel en de OR en bied ze de ruimte. Makeer de mijlpalen. Neem aan het einde van een samenwerkingstraject goed afscheid. Je weet nooit of je elkaar weer nodig hebt.

© De Kunstconnectie, branche voor educatie en participatie in de Kunsten en Eugenius, organisatie- en managementadvies

Utrecht/Den Haag, september 2002

Meer informatie:
www.kunstconnectie.nl of www.eugenius.nl

 

Commentaar of aanvullingen op deze pagina?