Provincies
Ongeveer de helft van de provincies besteedt aandacht aan talentontwikkeling in hun cultuurbeleid, zo blijkt uit onderzoek van Bureau ART. De uitwerking loopt echter sterk uiteen. Groningen is bijvoorbeeld zeer concreet, met subsidies aan projecten die de samenwerking tussen professionals en amateurs bevorderen. In de Cultuurnota van Zuid-Holland komt het begrip talent daarentegen slechts éénmaal voor.
Het Rijk
Sinds 2006 maakt talentontwikkeling officieel deel uit van het cultuurbeleid van de rijksoverheid. Het Ministerie van OCW grijpt daarbij terug naar adviezen van de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur.
OCW maakt onderscheid tussen ‘talent in brede zin’ en toptalent. Talent in brede zin is bedoeld om alle kinderen de kans te geven culturele talenten te ontdekken en te ontplooien. Toptalent heeft betrekking op een selecte groep, die de potentie heeft om bij de internationale top te behoren. Deze talenten moeten vanaf jonge leeftijd goed begeleid worden.
In de cultuurnotitie Kunst van leven van minister Plasterk neemt talentontwikkeling een prominente plaats in. De minister constateert dat talent niet voldoende wordt benut en dat er te weinig aandacht is voor excellentie. Toptalent en topinstellingen moeten beter gesteund worden. Hiervoor wordt een aparte ontwikkelfunctie ingericht in de landelijke basisinfrastructuur.
Fonds voor Cultuurparticipatie
In november 2011 heeft het Fonds voor Cultuurparticipatie een subsidieregeling geopend voor talentontwikkeling binnen de amateurkunst voor de periode 2013-1016. Met deze regeling wil het Fonds jong creatief talent van 8 tot 24 jaar ondersteunen door presentatiemogelijkheden te bieden en manifestaties mogelijk maken.
De subsidies zijn bedoeld voor instellingen op het gebied van talentontwikkeling die in de praktijk minstens drie jaar op hoog niveau hebben gefunctioneerd en van landelijk belang zijn.
Meer over het Fonds