CONFERENTIE ONDERZOEK IN CULTUUREDUCATIE 2012


  
 
Sessie A Praktijkonderzoek in voortgezet en hoger onderwijs
 
In het voortgezet en met name het hoger onderwijs vindt veel onderzoek plaats waarbij tegelijkertijd onderwijsconcepten worden ontwikkeld, wordt lesgegeven en (evaluatie)onderzoek wordt verricht.

In de cultuurwerkplaats ‘Kunst van bèta’ werken onder meer de Radboud Universiteit, EDU-ART en vijf vo-scholen samen om de relatie tussen kunst en bèta te onderzoeken in het kader van cultuureducatie. Edwin van Meerkerk (Radboud Universiteit) vertelt over het proces en de bevindingen.

Aan de Universiteit van Tilburg vindt van januari tot en met juni 2012 in samenwerking met ICT-vernieuwingsorganisatie SURF een experiment plaats met een leeromgeving die ‘meegroeit’ met studenten. Hans van Driel (Universiteit van Tilburg) presenteert de eerste ervaringen en resultaten.

De docentenopleiding van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht biedt studenten de module ‘Pubers in beeld’. Hierin gaan psychologie, pedagogiek, beeldend vormgeven, artistiek onderzoek en het beschouwen van kunst samen. Til Groenendijk (Hogeschool voor de Kunsten Utrecht) doet verslag van de evaluatie.
 
Sessie B Evaluatie van cultuureducatie
 
Cultuureducatie kan op verschillende niveaus en op verschillende manieren worden geëvalueerd. In deze sessie komen drie uiteenlopende voorbeelden aan de orde.

Fianne Konings
(Bureau KoningsKunst) wil met haar promotieonderzoek inzicht krijgen in de bijdrage die culturele instellingen kunnen leveren aan een doorlopende leerlijn cultuuronderwijs voor het primair onderwijs. In haar presentatie gaat ze in op het door haar ontwikkelde analyse-instrument waarmee culturele instellingen hun aanbod kunnen evalueren op aspecten die bepalend zijn voor de bijdrage van hun aanbod.

Vijf jaar na de invoering in 2006 liet de gemeente Amsterdam haar stelsel voor cultuureducatie evalueren door bureau Oberon. Oberon onderzocht onder andere of het nieuwe stelstel – van aanbodgestuurd naar vraaggericht – heeft bijgedragen aan de verankering van cultuureducatie op scholen. Marleen Kieft (Oberon) en Marja van Nieuwkerk (Gemeente Amsterdam) presenteren de resultaten.

In 2011 ontwikkelde KCO, de provinciale ondersteuningsinstelling van Overijssel, samen met EDU-ART, de provinciale ondersteuningsinstelling van Gelderland, een verankeringsmaat voor cultuureducatie in het beleid van gemeenten. Deze verankeringsmaat is ontwikkeld en uitgetest tijdens een grootschalig kwantitatief onderzoek in beide provincies. Titia Lefers (EDU-ART) en Annelot Tijs (KCO) gaan in hun presentatie in op de verankeringsmaat, de totstandkoming en de bruikbaarheid ervan. 
 
Sessie C Cultuureducatie: voertuig voor leren en ontwikkeling
 
Kunst en erfgoed bieden eigen mogelijkheden voor leren en (competentie)ontwikkeling, ook in relatie tot andere vakken en leergebieden. In deze sessie drie voorbeelden.

Erfgoed biedt leerlingen mogelijkheden voor identificatie en is motiverend door de verhalen die eraan verbonden zijn. Hiermee heeft erfgoededucatie sterke troeven in handen voor competentieontwikkeling. Ingrid Gussen - Benthem en Jaap van Lakerveld (Universiteit Leiden) en Leen Alaerts en Ruth Wouters (KH Leuven) spreken over het EU-project 'AQUEDUCT: Acquiring Key Competences Through Heritage Education'. Via analyse van cases onderzoeken zij samen met partners hoe competentiegericht werken wordt vormgegeven en van welke erfgoedaspecten gebruik gemaakt wordt.

In cultuurgebaseerd onderwijs (CGO) zijn de culturele omgeving en de eigen cultuur van de leerling uitgangspunt van leren. Deze manier van leren moet leiden tot grotere motivatie bij de leerling en tot ontwikkeling van de eigen leerstijl. Karin Hoogeveen (Hogeschool voor de Kunsten Utrecht) presenteert een onderzoek naar deelname aan en waardering voor culturele activiteiten door leerlingen van het Amadeus Lyceum, vanuit hun perspectief op CGO.

Jan van Boeckel
(Aalto Universiteit Helsinki) verkent de mogelijkheden om kunst in te zetten bij natuureducatie. Door kunst kan iemand op een andere manier naar zijn omgeving gaan kijken, en meer begrip ontwikkelen voor de natuur om hem heen. Via een analyse van activiteiten, die hij zelf als docent begeleidt, onderzoekt Van Boeckel ervaringen van deelnemers en identificeert hij kenmerken van kunstgebaseerde natuureducatie.
 
Sessie D Ouder worden in de kunsten
 
De vergrijzing heeft consequenties voor musici: ze spelen zelf langer door, ze hebben een ouder publiek en ze hebben te maken met steeds meer musicerende ouderen. Gezond ouder worden en de bijdrage van actieve kunstbeoefening daaraan is ook een onderwerp dat speelt.

Aan het Lectoraat Lifelong Learning in Music & the Arts (Prins Claus Conservatorium en Koninklijk Conservatorium) is een onderzoekslijn 'Healthy Ageing through Music and the Arts' ingericht. In diverse projecten wordt onderzocht welke stimulansen en kansen de vergrijzing kan bieden aan musici en kunstenaars. In deze sessie geeft Evert Bisschop Boele een inleiding op het onderzoeksprogramma, legt hij relaties met een zusterproject aan het Royal College of Music in London en worden resultaten van twee onderzoeksprojecten gepresenteerd.

In het project 'Een instrument leren bespelen op latere leeftijd' onderzoekt Karolien Dons (Hanzehogeschool Groningen, Prins Claus Conservatorium) de praktijk van de muziekles aan ouderen. Via observatie, interviews en literatuurstudie wordt praktijkkennis verzameld en uitgediept. In het project 'Creatieve muziekworkshops met ouderen' onderzoekt Tine Stolte (Hanzehogeschool Groningen, Prins Claus Conservatorium) welke specifieke kennis en vaardigheden nodig zijn om creatieve muziekworkshops te geven aan groepen ouderen in verzorgingstehuizen.
 
Sessie E Trendmetingen in theater en amateurkunst
 
Het verzamelen van gegevens over een langere periode, het monitoren van trends en ontwikkelingen en het evalueren van beleid worden steeds belangrijker.

In 2008 startte Kunstfactor met de zogeheten Monitor Amateurkunst (MAK), een meetinstrument dat valide en representatieve gegevens moet opleveren. Hiervoor werd onderzoeksbureau Veldkamp in de arm genomen. Amalia Deekman (Kunstfactor) en Joep Wils (Bureau Veldkamp) zetten uiteen hoe de MAK tot stand is gekomen en wat de bevindingen tot nu toe zijn.

In de eerste helft van 2012 werd het eerste landelijke Trendonderzoek Theatereducatie uitgevoerd. Doel van het onderzoek was inzicht geven in de aanpak bij theatereducatie en basisgegevens verschaffen over zaken als beschikbare budgetten. Het is de bedoeling het onderzoek met regelmaat te herhalen. Cock Dieleman (Universiteit van Amsterdam) doet verslag van het kwalitatieve deel van het onderzoek. Theatereducatoren werden uitgebreid bevraagd, onder meer over hun achtergrond en opvattingen en over doelstellingen en doelgroepen van hun werk van theatereducatie. Melissa de Vreede en Josefiene Poll (Cultuurnetwerk Nederland) rapporteren over het kwantitatieve deel gebaseerd op een uitgebreide vragenlijst onder professionele theatergezelschappen, podia, festivals en impresariaten.
 
 
Sessie F Differentiatie in oordelen over schilderijen en cultuurparticipatie
 
In de informatietheorie van Ganzeboom wordt cultuurdeelname opgevat als een vorm van cognitieve informatieverwerking, waarvoor een zekere culturele competentie noodzakelijk is.

Mia Stokmans
(Universiteit van Tilburg) deed onderzoek naar cognitieve en affectieve gevoelens die schilderijen, variërend in thema en complexiteit, oproepen. Daarbij controleerde ze voor culturele kennis over schilderkunst, de mate waarin men zelf actief is met schilderkunst, socialisatie vanuit het ouderlijk gezin en educatie.

Natascha Notten
(Universiteit van Amsterdam) en haar collega’s toetsten in welke mate het verband tussen opleidingsniveau en cultuurdeelname samenhangt met verschillen in opleidingsniveau in verschillende Europese landen. In haar presentatie legt zij het accent op Nederland.
 
Sessie G Cultuureducatieprojecten: wat leveren ze op?
 
Wat zijn de effecten van deelname aan cultuureducatieve projecten? In deze sessie worden bevindingen gepresenteerd uit twee onderzoeken die een antwoord op deze vraag proberen te geven.

Koen van Eijck
(Erasmus Universiteit Rotterdam) doet samen met masterstudenten onderzoek naar de effecten van deelname aan kunstprojecten op schoolprestaties, creativiteit en welbevinden van leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs. Door groepen leerlingen tijdens projecten te volgen, via een voor- en nameting, en door resultaten te vergelijken met die van een controlegroep, wordt inzichtelijk gemaakt in hoeverre deze projecten houdingen en vaardigheden van leerlingen beïnvloeden. Ook belevingsaspecten worden in kaart gebracht.

Peter van der Zant en Margreet Windhorst
(Bureau Art) doen onderzoek naar de effecten van talentontwikkelingsprojecten in de culturele sector op de deelnemers: op hun persoonlijke ontwikkeling, hun culturele loopbaan, hun schoolkeuze en eventueel hun deelname aan de samenleving in ruimere zin (participatie, arbeid). Over een periode van anderhalf jaar volgen zij 500 deelnemers via enquêtes en (groeps)interviews. Bovendien worden retrospectieve onderzoeken uitgevoerd onder mensen die de afgelopen 10-15 jaar deelnamen aan talentontwikkelingsprojecten.
 
Sessie H Een hedendaagse benadering van kunsteducatie
 
Hoe kunnen hedendaagse filosofie van de kunst en actuele kunstpraktijken kunsteducatie beïnvloeden en hiervoor tot inspiratie dienen? Deze vraag staat centraal in deze sessie.

Willem Elias en Free De Backer
(Vrije Universiteit Brussel) onderzoeken de mogelijkheden om kunsteducatie vanuit grote hedendaagse filosofische stromingen (van modernisme tot postmodernisme) te bezien. Ze concluderen, op basis van een uitgebreide documentanalyse, dat de toeschouwer rijker en genuanceerder met een kunstwerk, en de wereld erom heen, om zal kunnen gaan naarmate hij meer filosofische bagage bezit. Ook dat de filosofie handvatten biedt om kunsteducatieve processen vorm te geven.

Emiel Heijnen
(Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en Radboud Universiteit Nijmegen) stelt voor om actuele kunstpraktijken, gekenmerkt door waarden als collaboratie, participatie en engagement, als inspiratiebron voor kunsteducatie te gebruiken. Op die manier kan het kunstcurriculum op school beter aansluiten op de kunstwereld daarbuiten. In zijn onderzoek brengt hij via interviews en analyses van werk gedeelde opvattingen, interesses en werk- en leerprocessen van hedendaagse kunstenaars in kaart.
 
Sessie I Overdracht van muzikale kennis en vaardigheden
 
Muzikale kennis en muzikale vaardigheden worden op uiteenlopende manieren overgedragen. Daarbij lopen moderne en traditionele, formele en informele methoden vaak in elkaar over.

Jaco van den Dool
(Erasmus Universiteit Rotterdam) doet onderzoek naar de manieren waarop in verschillende culturen muzikale kennis wordt overgedragen. Doel is niet zozeer het beschrijven van muziekstijlen, als wel het geven van inzicht in niet-westerse overdrachtmethoden. Hij presenteert zijn eerste bevindingen uit recent veldwerk in Nepal.

Suzan Lutke
(Hogeschool voor de Kunsten Utrecht) onderzocht het effect van feedback software op de leerprestaties van beginnende muzikanten en de rol van het zelfregulerend vermogen en de motivatie hierbij. In hoeverre is er een verschil in effect op de leerprestaties van muzikanten die wel en die geen gebruik maken van software?
 
Sessie J Muziekeducatie en het jonge kind
 
Hoe leren jonge kinderen muziek maken, en hoe dragen andere kinderen en professionele musici hieraan bij? In deze sessie worden twee onderzoeken gepresenteerd over muziekeducatie en het jonge kind.

Annemieke Huisingh (Toeval Gezocht) presenteert de voorlopige resultaten van een praktijkonderzoek naar muzikale potenties, leerprocessen en vormen van communicatie en expressie van het jonge kind. Dit praktijkonderzoek maakt deel uit van een driejarig onderzoek naar de manier waarop muziekeducatie voor jonge kinderen ontwikkeld en uitgevoerd kan worden op basis van het competente kind-beeld en uitgangspunten van het sociaal-constructivisme.

Christiane Nieuwmeijer (Hogeschool voor de Kunsten Utrecht) doet onderzoek naar de mogelijke bijdrage van professionele live-muzikanten bij de muzikale ontwikkeling van kleuters op de basisschool. Doel van het onderzoek is inzicht te krijgen in het effect van muzikanten op muzikale activiteiten van kleuters en in de wijze waarop het jonge kind zijn eigen muzikale leerproces kan sturen.
 
Sessie K 'Evidence-based teaching' in muziekeducatie
 
Het begrip 'evidence-based teaching' vindt ook ingang in muziekeducatie. Het gaat er daarbij om dat het handelen in de muziekles, de interactie tussen de leerling en de docent, is gebaseerd op via onderzoek verkregen kennis en op inzichten over dat handelen. In deze sessie worden twee onderzoeken gepresenteerd naar effectieve interacties in de instrumentale muziekles.

Elisa Küpers
(Rijksuniversiteit Groningen) onderzoekt hoe viool- en cellodocenten leerlingen helpen bij het aanleren van instrumentale vaardigheden. Ook doet zij onderzoek naar de wijze waarop de docent zijn instructie aanpast aan het gedrag van de leerling. Ze bestudeert het leerproces vanuit het concept van 'scaffolding'.

Peter Mak
(Prins Claus Conservatorium) analyseert in zijn onderzoek het leren bespelen van een muziekinstrument en de klachten die ouderen hierbij ervaren. De uitkomsten vertaalt hij in didactische handreikingen voor de muziekdocent, die hij toetst op effectiviteit en bruikbaarheid, teneinde het uitvoeringstempo bij oudere leerlingen te versnellen.
 

Home
Programma
Inschrijving
Keynote
Symposia
Praktische informatie

 

EERDERE EDITIES
2010
2009
2008
2007

MAX VAN DER KAMP SCRIPTIEPRIJS 2011
Meer informatie

winnaar scriptie-
prijs

2009_